De Huizen van Oranje en Nassau

Het Koninklijk Huis
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland
Bronvermelding

Majesteitelijke Begroting

Begroting Koning 2025


Bankbiljetten

De Grondwet bepaalt in artikel 40 dat de Koning een uitkering van de Staat ontvangt. De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) werkt deze bepaling in de Grondwet verder uit. De wet regelt de uitkering voor de Koning, zijn opvolger (als deze meerderjarig is) en de Koning die afstand heeft gedaan van het Koningschap. Ook hun echtgenoten (of weduwen/weduwnaars) krijgen een uitkering. Op dit moment ontvangen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje en Prinses Beatrix een grondwettelijke uitkering.

De uitkering die zij krijgen bestaat uit een inkomensdeel (A-component) en een component voor personele en materiële uitgaven (B-component).

De Prinses van Oranje heeft besloten dat zij tot het einde van haar studie de A-component terug zal storten, waarna het zal worden toegevoegd aan de algemene middelen. Met andere woorden: het gaat terug naar de staatskas. De B-component (de onkostenvergoeding) zal zij tevens terugstorten tot 1 januari 2025.

De WFSKH bepaalt ook dat de personele en materiële kosten van het koningschap door het Rijk worden betaald. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor het personeel en het wagenpark van de Dienst van het Koninklijk Huis.

De uitwerking van deze bepalingen in de Grondwet en de WFSKH vindt jaarlijks plaats

Artikel 1: Grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis

In artikel 1 van de begroting van de Koning staan de uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis. De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) stelt vast dat de Koning, zijn opvolger (als deze meerderjarig is), de afgetreden Koning en hun echtgenoten (of weduwen/weduwnaars), een uitkering ontvangen van de Staat. Ook schrijft de WFSKH voor om welke bedragen het gaat en hoe deze worden geïndexeerd, dat wil zeggen hoe deze worden aangepast aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van lonen of prijzen.

Momenteel ontvangen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje en Prinses Beatrix een grondwettelijke uitkering. De uitkering die zij krijgen bestaat uit een inkomensdeel (A-component) en een component voor personele en materiële uitgaven (B-component). De Prinses van Oranje heeft besloten dat zij tot het einde van haar studie de A-component terug zal storten, waarna het zal worden toegevoegd aan de algemene middelen. Met andere woorden: het gaat terug naar de staatskas. De B-component (de onkostenvergoeding) zal zij tevens terugstorten tot 1 januari 2025. Andere leden van het Koninklijk Huis ontvangen geen uitkering van de Staat.

Artikel 2: Functionele uitgaven van de Koning

Het Artikel 2 van de begroting van de Koning bevat de uitgaven die te maken hebben met de uitoefening van het koningschap en die gedaan worden door de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH). Er zijn bedragen begroot voor de personele en materiële uitgaven van de DKH en de dotaties (toevoegingen) aan de bestemmingsreserves. Daarnaast zijn er ook bedragen begroot voor de uitgaven voor luchtvaartuigen en uitgaven voor reis- en verblijfkosten bij bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk.

Artikel 3: Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

In artikel 3 van de begroting van de Koning staan uitgaven die te maken hebben met het uitoefenen van het Koningschap, maar die niet via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen. Het gaat hierbij om uitgaven door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), het Militaire Huis en het Kabinet van de Koning. Deze uitgaven worden gedaan onder verantwoordelijkheid van de minister-president (RVD en Kabinet van de Koning) of minister van Defensie (Militaire Huis). Omdat ze gedaan worden voor de uitoefening van het Koningschap worden ze doorbelast naar de begroting van de Koning.


Koning Willem-Alexander, Koningin Maxima, Amalia, Prinses van Oranje en Oud-Koningin, Prinses Beatrix

Overzicht van alle bedragen (in miljoenen), die op de begroting van de Koning staan. In het onderste overzicht staan de bedragen uit andere begrotingen binnen de Rijksbegroting die met het Koningschap te maken hebben

Infographic Koning 2025.

De Groene Draeck

De Groene Draeck is een Lemsteraak, die door de Nederlandse bevolking aan Prinses Beatrix is geschonken ter gelegenheid van haar 18e verjaardag. Daarbij heeft de Staat haar ook het onderhoud aan de Groene Draeck geschonken. Het kabinet heeft naar aanleiding van de evaluatie van de begroting van de Koning (juni 2015) besloten om de uitgaven voor de Groene Draeck weer onder de begroting van Defensie te brengen. De Groene Draeck stond op de begroting van de Koning, maar omdat het schip is verbonden met Prinses Beatrix, is het logisch om de uitgaven hiervoor niet meer op de begroting van de (huidige) Koning te plaatsen. Voor het onderhoud en het gebruik van de Groene Draeck is per jaar een bedrag van € 87.000 geraamd. De daadwerkelijke uitgaven kunnen over de jaren heen fluctueren. Het onderhoud van de Groene Draeck wordt door tussenkomst van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) door een specialistische werf uitgevoerd. Tot een maximum van € 435.000 kunnen kosten worden gefactureerd over de komende vijfjaarsperiode van 2021 tot en met 2025.


De Groene Draeck in de vaart

Onderhoudskosten De Groene Draeck

Het budget voor het onderhoud van de Groene Draeck betreft € 87.000 per jaar. Dit is een gemiddelde verwachting over de jaren heen voor de kosten van het jaarlijkse standaardonderhoud en aanvullend standaardonderhoud (en correctief onderhoud). Daarbij is aangegeven dat de daadwerkelijke uitgaven ook bij Defensie over de jaren heen fluctueren, zolang het totaalbudget van € 435.000 over een periode van vijf jaar (2021 t/m 2025) niet wordt overschreden.

Standaardonderhoud

Standaardonderhoud omvat de onderhoudsactiviteiten die ieder jaar worden uitgevoerd. Dit bestaat onder meer uit schoonmaak-, schuur-, lak- en schilderwerk, werkzaamheden aan romp, boeisel en roef en transport en winterstalling.

Aanvullend standaardonderhoud

Bij aanvullend standaardonderhoud gaat het om onderhoudsactiviteiten die niet standaard ieder jaar worden uitgevoerd. Het betreft vaak gebreken die tijdens de (voorafgaande) inspectie of tijdens de uitvoering van het standaardonderhoud naar voren komen. Dit is voor een deel te plannen, en voor een deel ook niet (correctief onderhoud).

Onderhoudsperiode 2021–2025

Ten behoeve van het vaststellen van de onderhoudsbehoefte voor de onderhoudsperiode 2021-2025 is in 2020 - in opdracht van het ministerie van Defensie - een extern onderzoek uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. Hieruit blijkt dat een zogenaamde volledige refit ofwel grootschalige renovatie nodig is. Dit houdt in dat het schip van binnen en buiten wordt gestript, de romp van binnen en buiten wordt geconserveerd en installaties en inrichting waar nodig worden hersteld of vervangen. Voor het onderhoud is kennis en ervaring met deze schepen nodig, die niet meer aanwezig is bij het ministerie van Defensie. De renovatie wordt met tussenkomst van de Dienst Koninklijk Huis (DKH) uitgevoerd door een specialistische werf. De kosten voor de grootschalige renovatie overschrijden het vastgestelde vijfjarenbudget (voor de periode 2021 tot en met 2025 het totaalbedrag van € 435.000) van het ministerie van Defensie. De meerkosten worden gedragen door de eigenaar, Prinses Beatrix.

Second opinion Groene Draeck

Naar aanleiding van de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015-2016, 34300-I, nr. 6) heeft in het voorjaar van 2016 een second opinion onderzoek plaatsgevonden naar het onderhoud van de Groene Draeck. Daarbij is gekeken naar wat het onderhoud zou kosten indien dit in de markt zou plaatsvinden. De motie Van der Burg verzoekt de regering het laagste reële onderhoudskostenniveau dat uit de second opinion komt op te nemen in de begroting van Defensie. Het onderzoek geeft aan dat de markt het onderhoud voor een lager bedrag (gemiddeld € 8.000 per jaar lager) kan uitvoeren met een hogere kwaliteit. Om invulling te geven aan de motie Van der Burg is het jaarlijks onderhoudsbudget naar beneden bijgesteld, naar € 87.000 per jaar. Er zullen jaarlijks wel verschillen optreden in de daadwerkelijke uitgaven, maar gemiddeld moet dit uitkomen op € 87.000 per jaar.

De totale uitgaven op de begroting van de Koning worden voor het jaar 2025 begroot op € 58.901.000. Het overzicht laat alle bedragen zien (in miljoenen), die op de begroting van de Koning staan in 2025.
In het bovenste overzicht staan de bedragen uit andere begrotingen binnen de Rijksbegroting die met het Koningschap te maken hebben.